Coronavirus

In tijden van crisis maken “mensen” het verschil. Het is goed dat de overheid en banken bijspringen met hulp- en steunmaatregelen en dat je daar als ondernemer of werknemer gebruik van kunt maken. Vaak bieden overeenkomsten of wet en regelgeving ook mogelijkheden om schade zoveel mogelijk te beperken. De belangrijkste zaken hebben we hieronder voor je op een rij gezet. Feit is dat het bij de hulp- en steunmaatregelen meestal gaat om “uitstel” van betaling. Dat geeft lucht maar geen omzet. Er zal geschakeld en vooruitgedacht moeten worden. Crisismanagement is een vak apart en vaak moeten onder hoge druk beslissingen genomen worden. Snel juridisch inzicht verkrijgen is essentieel om gevolgen en risico’s van beslissingen te kunnen overzien. Ga je wel of niet reorganiseren? Kan de jaarrekening eigenlijk nog wel worden vastgesteld met het oog op de continuïteit? Ga je zelf nog vers geld inbrengen en kun je daar ook zekerheidsrechten voor vestigen? Je hebt uitstel van betaling gevraagd maar de bank en/of Belastingdienst werken niet mee. Wat nu? Wij zijn gewend om juist op die momenten te schakelen, te onderhandelen en samen met u het verschil te maken!

Q&A – BELANGRIJKE JURIDISCHE VRAGEN EN ANTWOORDEN OVER CORONA

Hieronder vindt u veelvoorkomende juridische vragen en antwoorden over (de gevolgen van) het coronavirus.
De onderstaande antwoorden dienen uitsluitend als algemene informatie. Wij doen ons uiterste best om deze informatie up to date te houden maar er maar voor de meest recente stand van zaken kunt u het beste met een van onze advocaten schakelen.

      Arbeidsrecht

      Deze regeling die een voorlopige looptijd heeft tot 1 juni 2020 en die wordt uitgevoerd door de gemeenten, biedt tijdelijke hulp die is bedoeld voor zelfstandige ondernemers, onder wie zzp’ers, die direct in de financiële problemen zijn gekomen door de coronacrisis en de genomen maatregelen van het rijk.

      De steun kan worden aangevraagd als een aanvullende uitkering voor levensonderhoud voor maximaal drie maanden en/of  voor bedrijfskapitaal bij liquiditeitsproblemen in de vorm van een lening voor bedrijfskapitaal. U kunt als zelfstandig ondernemer met terugwerkende kracht worden gecompenseerd vanaf 1 maart j.l. maar u moet uw aanvraag dan wel indienen gedurende de looptijd van de tijdelijke regeling (tot en met 31 mei a.s.).

      De uitkering voor levensonderhoud vult het inkomen aan tot het sociaal minimum. U dient daartoe te verklaren dat u verwacht dat als gevolg van de coronacrisis uw inkomen de komende 3 maanden minder zal zijn dan het sociaal minimum. Het inkomen wordt dan maximaal drie maanden aangevuld. (voor gehuwden en samenwonenden tot € 1.500 euro netto en voor alleenstaanden tot € 1.050 euro netto). Het betreft een gift en die hoeft dus niet te worden terugbetaald. Zelfstandigen die meer verdienen dan de bijstandsnorm, of naast hun onderneming meer loon ontvangen uit een regulier dienstverband dan de bijstandsnorm, hebben geen recht op aanvulling.

      Zelfstandig ondernemers die als gevolg van de coronacrisis in liquiditeitsproblemen komen, kunnen een lening voor bedrijfskapitaal aanvragen van maximaal € 10.157,= tegen een rentepercentage van 2%. Deze is binnen vier weken beschikbaar. Dit bedrag dient wel terugbetaald te worden. De maximale looptijd van de lening is drie jaar. Tot januari 2021 hoeft echter niet te worden afgelost. Om voor een lening in aanmerking te komen dient aannemelijk gemaakt te worden dat er sprake is van liquiditeitsprobleem als gevolg van de coronacrisis.
      Een aanvraag voor de Tozo wordt zo veel mogelijk digitaal gedaan en kan binnen vier weken worden afgerond. Voor de aanvraag van de benodigde informatie adviseren wij de specificaties op de website van de gemeente waar u woonachtig bent te raadplegen.

      Voorwaarden:

      De zelfstandig ondernemer moet bij de aanvraag verklaren dat hij verwacht dat als gevolg van de coronacrisis zijn inkomen de komende drie maanden minder zal zijn dan het sociaal minimum. Wanneer dit achteraf anders blijkt te zijn, moet dit doorgegeven worden aan de gemeente. Er vind geen onderzoek plaats naar de levensvatbaarheid van het bedrijf en verder hebben het vermogen en het inkomen (van de partner) geen invloed op de aangevraagde tegemoetkoming.

      De regeling geldt voor zelfstandig in Nederland gevestigde en werkzame ondernemers. Aanvragers moeten voldoen aan het urencriterium voor de zelfstandigenaftrek en dat betekent dat zij het afgelopen jaar minimaal 1.225 uur per jaar (24 uur per week) als zelfstandige werkzaam moeten zijn geweest. Verder geldt de eis van een inschrijving bij de Kamer van Koophandel voordat deze regeling is aangekondigd, dus voor 17 maart 2020.

      Verder heeft het kabinet de afgelopen weken een veelheid aan (noodsteun) maatregelen in het leven geroepen om ondernemers te ondersteunen die omzet en inkomstenderving lijden. De twee meest belangrijke daarvan worden hieronder kort toegelicht:  

      • de regeling Tegemoetkoming Ondernemers Getroffen Sectoren (TOGS), ook wel “Noodloket” genoemd en
      • het Noodfonds Overbrugging Werkgelegenheid (NOW).

      De regeling is bedoeld voor ondernemers die rechtstreeks getroffen worden door de maatregelen van het kabinet in de coronacrisis. Bedrijven ontvangen een eenmalige tegemoetkoming van  € 4.000,- om met name hun vaste lasten te kunnen betalen.

      Echter, niet alle sectoren vallen onder deze regeling. Sectoren die op dit moment in aanmerking komen zijn:

      • eet- en drinkgelegenheden,
      • bioscopen;
      • haar- en schoonheidsverzorging (onder andere kappers, pedicures, visagisten);
      • reisbemiddeling en reisorganisaties;
      • rijschoolhouders;
      • sauna’s, solaria, zwembaden en fitnesscentra;
      • sportclubs en sportevenementen; en
      • bepaalde private culturele instellingen zoals musea, circus, theaters, schouwburgen en muziekscholen

      Het dient te gaan om ondernemingen die zijn gevestigd buiten de (eigen) woning.

      Voorwaarden:

      Voor een beroep op de TOGS regeling gelden in ieder geval de volgende 3 voorwaarden:

      1. Aanvragen kunnen door ondernemers worden ingediend in de periode van vrijdag 27 maart 2020 tot en met vrijdag 26 juni 2020;
      2. De onderneming moet gevestigd zijn in Nederland;
      3. De hoofdactiviteit van de ondernemingen moeten liggen in de hiervoor genoemde sectoren, hetgeen dient te blijken uit de inschrijving in het handelsregister per de peildatum van 15 maart 2020.
      Als de onderneming aan deze voorwaarden voldoet dan zal de uitbetaling van de gift zo snel als mogelijk na de aanvraag plaatsvinden. Meer informatie over deze regeling valt te lezen op de website van de RVO.

       

      Op  17 maart j.l. is de regeling voor werktijdverkorting per direct ingetrokken en vervangen door het Noodfonds Overbrugging Werkgelegenheid (NOW).  De precieze uitvoeringsregels worden in de loop van de eerste week van april door het ministerie bekend gemaakt. De hoofdlijnen zijn inmiddels wel bekend en luiden:

      Voorwaarde 1
      U verwacht tenminste 20 % omzetverlies.
       
      Voorwaarde 2
      U verplicht zich om geen ontslag om bedrijfseconomische redenen aan te vragen voor uw werknemers voor de periode waarvoor u de tegemoetkoming ontvangt.
       
      Voorwaarde 3
      U betaalt 100% van het loon van uw werknemers door.

      Als u als werkgever aan deze voorwaarden voldoet, kunt u een tegemoetkoming in de loonkosten krijgen tot maximaal 90% van de loonsom. De tegemoetkoming geldt in eerste instantie voor 3 maanden en kan terugwerkende kracht hebben tot 1 maart jl. Als u dus al op 1 maart j.l. of kort daarna bent geconfronteerd met omzetdalingen, kunnen die ook worden meegenomen in de bepaling van de hoogte van de tegemoetkoming.
       
      Na 3 maanden kan de tegemoetkoming onder voorwaarden met nogmaals met 3 maanden worden verlengd.
       
      Hoe werkt de bepaling van de hoogte van de tegemoetkoming uit het NOW?
      Als uw omzet met 100% vermindert, krijgt u 90% van uw loonsom vergoed.
      Als uw omzet met 50% vermindert, krijgt u 45% van uw loonsom vergoed.
      Als uw omzet met 25% vermindert, krijgt u 22,5% van uw loonsom vergoed.

      Nadat u de aanvraag heeft gedaan, zal het UWV op basis van uw aanvraag een voorschot verstrekken ter hoogte van 80% van de verwachte tegemoetkoming.
      Verwacht u een omzetverlies van 50%? Dan is de verwachte tegemoetkoming dus 45% en ontvangt u als voorschot van het UWV 36% van de loonsom.
      Voor aanvragen boven een nog te bepalen omvang, zal een accountantsverklaring vereist zijn. Waar de grens op dit moment ligt, is nog niet bekend.

      Let wel, het lijkt dus – op basis van de nu bekende informatie – te gaan om een vergoeding van de loonsom en dus niet om bijvoorbeeld het maximumdagloon.
       
      Begin april zal de aanvraagprocedure bekend worden gemaakt. De aanvraag zal in ieder geval via het UWV gaan verlopen. Via onze site zal u daarvan op de hoogte worden gebracht en uiteraard helpen wij u graag met het aanvragen van een tegemoetkoming uit het NOW, zodra dit mogelijk is. 

      Voor welke werknemers ontvang ik een tegemoetkoming uit het NOW?
      De tegemoetkoming geldt voor al uw werknemers, dus ook voor de mensen met een oproep contract en uitzendkrachten.

      Ik heb de tegemoetkoming ontvangen, kan de hoogte nog worden aangepast?
      Achteraf zal worden vastgesteld wat de werkelijke daling in de omzet is geweest en zal afhankelijk daarvan de tegemoetkoming worden aangepast. Daarbij zal nabetaling of terugvordering aan de orde kunnen zijn.
        
      Kunnen uw werknemers blijven werken?
      Ja, stoppen met werken is namelijk geen voorwaarde voor de toekenning van de tegemoetkoming. De werknemers verbruiken ook geen WW-rechten als u gebruik maakt van deze regeling.

      In zijn algemeenheid geldt tenslotte, dat het kabinet een op moreel appel doet op ondernemers, om zich alleen dan aan te melden, wanneer daar conform de inhoud van de betreffende regeling ook echt recht op bestaat.  

      Ondernemingsrecht

      Nu met deze crisis komen banken ondernemers flink tegemoet door zelf hun steentje bij te dragen. Er zijn allerlei regelingen waar nu gebruik van gemaakt kan worden maar waarvan nog niet 100% duidelijk is hoe en op welke wijze ze aangevraagd kunnen worden of hoe ze zullen worden uitgevoerd. Het feit dat eventuele rente en aflossing kan worden opgeschort wil nog niet altijd zeggen dat je voldoende liquide middelen hebt om de komende periode door te komen. Als je nu dus additionele financiering nodig hebt van de bank zal zij ook kritisch kijken naar hoe nu de financieringslasten zijn en hoe de resultaten waren tot nu toe. Zorg dus dat je cijfers in orde zijn als je het gesprek aan gaat en dat je een plan hebt om de komende periode door te komen. Het is geen verplichting van de bank om nu bij te springen maar er is natuurlijk wel een bepaalde zorgplicht op dit moment. Kom je niet verder of wil je hierover van gedachten wisselen bel of mail ons.

      De faillissementswet zegt dat een schuldenaar die verkeert in “de toestand dat hij heeft opgehouden te betalen” op eigen aangifte of op verzoek van een of meer schuldeisers door de rechter in staat van faillissement wordt verklaard.

      Als je bestuurder bent mag je niet tot in lengte van dagen doorgaan met ondernemen en daarbij (nieuwe) schulden blijven maken. In de literatuur en jurisprudentie zijn verschillende normen geformuleerd om invulling te geven aan de definitie van “toestand van opgehouden te betalen”. Algemeen mag aangenomen worden dat als er geen enkel vooruitzicht meer is op inkomende geldstromen en je langere tijd niet meer in staat bent aan meerdere lopende verplichtingen te voldoen je zelf het faillissement aan moet vragen. Doe je dat niet dan is er een gerede kans dat je als bestuurder aansprakelijk kunt worden gehouden. Heb je moeite bij het maken van een beslissing of het beoordelen van de situatie neem dan contact met ons op.

      Ineens staat uw onderneming er heel anders voor. Kunt u dan nog wel verplichtingen aangaan?

      Als bestuurder van een onderneming dient u na te gaan, welke mogelijkheden een bank of de huidige overheidsmaatregelen bieden.

      Daarnaast is het zaak om duidelijk met uw contractpartij te communiceren over wat zal gelden als de onderneming haar verplichtingen niet kan nakomen. Vooral in deze tijden.

      De hoofdregel in normale tijden is dat een bestuurder van een besloten vennootschap persoonlijk aansprakelijk kan zijn voor de schade, indien deze een overeenkomst aangaat waarvan hij weet of kan weten dat de onderneming die niet zal zal kunnen komen.

      Daarnaast blijft het belangrijk om de boedkhouding goed bij te laten houden en om de jaarrekening tijdig te publiceren bij de kamer van koophandel. Anders kan ook dat gevolgen hebben voor mogelijke persoonlijke aansprakelijkheid.

      Denk bij betalingsonmacht daarnaast aan tijdige melding daarvan bij de belastingdienst. Niet tijdige melding kan namelijk ook leiden tot persoonlijke aansprakelijkheid. Kijkt u echter eerst naar de huidige overheidsmaatregelen inzake versoepeling van uitstel van belasting.

      Wat geldt als vanwege de corona-gevolgen niet aan contractuele verplichtingen voldaan kan worden voldoen?

      Volgens de Nederlandse wetgeving kan dat niet aan u worden toegerekend als dat niet aan uw schuld te wijten is en ook niet volgens de overeenkomst of “ volgens in het verkeer geldende opvattingen “ voor uw rekening komt.

      De inhoud van de overeenkomst – en als onderdeel daarvan mogelijk algemene voorwaarden – kunnen dus bepalend zijn. Veel algemene voorwaarden geven een heel ruime definitie van wat “ overmacht “ valt.

      In dat geval is uw positie duidelijk. Daarbij kan ook geregeld zijn, wat de gevolgen voor beide partijen zijn bij overmacht.

      Indien dit punt niet duidelijk in de overeenkomst of algemene voorwaarden is geregeld, is het antwoord dus ook afhankelijk van wat geldt volgens de in het verkeer geldende opvattingen.

      Bij een terecht beroep op overmacht kan de andere partij geen schadevergoeding vorderen. Wel kan de overeenkomst dan worden ontbonden. In een overeenkomst of algemene voorwaarden kunnen de gevolgen anders zijn geregeld.

      In internationele verhoudingen is de eerste vraag volgens het recht van welk land deze vragen dienen te worden beantwoord. En zal dat recht bepaland zijn voor het antwoord. Tenzij het antwoord al duidelijk in de overeenkomst of algemene voorwaarden staat.