Financiering, zekerheden en insolventie  

Vennoten van de V.O.F. niet meer automatisch failliet

Na bijna negentig jaar is de Hoge Raad op 6 februari 2015 teruggekomen op de hoofdregel dat bij het uitspreken van een faillissement van een vennootschap onder firma ook de vennotenfailliet worden verklaard.

De overwegingen komen er op neer dat, omdat sprake is van een afgescheiden vermogen, het best zo kan zijn dat over en weer vorderingen bestaan tussen de vennoten en de vennootschap onder firma die maken dat een vennoot een persoonlijk verweermiddel heeft tegen de vordering van de aanvrager. Ook kan het zo zijn dat een vennoot wel nog voldoende vermogen heeft zodat hij niet, zoals de vennootschap onder firma, verkeert in een toestand van opgehouden te betalen.

Verder wordt het beginsel op een eerlijk proces geschonden als ten aanzien van een vennoot die privé failliet wordt verklaard, niet is onderzocht of hij verkeert in een toestand van opgehouden te betalen, of ten aanzien van hem specifiek het faillissement wordt aangevraagd.

De uitspraak is bijzonder interessant omdat een schuldeiser dus ook als hij de vennoten failliet wil laten verklaren, ten aanzien van deze vennoten het faillissement moet aanvragen. De schuldeiser zal moeten stellen en bewijzen dat sprake is van meerdere crediteuren, maar bovenal dat sprake is een toestand van opgehouden te betalen. In de rechtszaal zal een nieuwe discussie ontstaan ten aanzien van het voeren van verweer als gedreigd wordt met een faillissementsaanvraag. Een vennoot die geconfronteerd wordt met een faillissementsaanvraag kan dus zeker verweer voeren tegen zijn persoonlijke faillissement.

Door: Balder Lamers
Financiering, zekerheden en insolventie
Ondernemingsrecht
Commerciële contracten
Privacy en ICT
Deel dit artikel: