Strafrecht  

Rechtsbijstand voor verdachten bij politieverhoor vastgelegd door de Hoge Raad

Voor de Hoge Raad is de maat vol. Aan het dralen van de politiek heeft de Hoge Raad een einde gemaakt in zijn arrest van 22 december 2015.Vanaf 1 maart 2016 moet de verdachte in de gelegenheid gesteld worden om zich tijdens verhoren te laten bijstaan door een advocaat. De wetgever heeft lang genoeg de gelegenheid gehad om een Europese http://www.hoeberechts.nl/viewlink.php/http://www.hoeberechts.nl/viewlink.php/ van 22 oktober 2013 over het recht op toegang tot een advocaat in strafprocedures, in het Nederlandse recht te implementeren.

 


In het verleden was de Hoge Raad milder. Op 30 juni 2009 oordeelde oordeelde de Hoge Raag dat een verdachte bijstand moest kunnen krijgen voorafgaande aan het eerste politieverhoor (Salduz rechtspraak). Tevens gaf de Hoge Raad toen te kennen dat dit recht (afgeleid van Europese uitspraken) niet zover ging dat de verdachte ook tijdens het verhoor recht had rechtsbijstand. De Hoge Raad vond dat het vastleggen van verhoorbijstand zijn rechtsvormende taak wegens financiële en organisatorische reden te buiten ging. 
Vervolgens heeft de Hoge Raad in zijn arrest van 1 april 2014 nog geoordeeld dat het recht van de verdachte, om zich tijdens zijn verhoor bij de politie te laten bijstaan door een advocaat (de zogenoemde verhoorbijstand), niet zonder meer kon worden afgeleid uit uitspraken van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. Wel gaf de Hoge Raad in het arrest van 2014 al te kennen dat als de wetgever het opstellen van een wettelijke regeling niet voortvarend ter had zou gaan nemen, in de toekomst wel belangrijke gevolgen verbonden zouden gaan worden aan ontbreken van rechtsbijstand bij verhoor.
Vandaag stelt de Hoge Raad dat als een aangehouden verdachte niet de gelegenheid is geboden om zich bij zijn verhoor door de politie te laten bijstaan door een raadsman, dit in beginsel een vormverzuim als bedoeld in art. 359a Sv oplevert. Afhankelijk van de ernst van het verzuim, kan de rechter het verzuim compenseren in de strafmaat dan wel volstaan met de constatering dat er sprake is van een vormverzuim. Nieuw is dat de Hoge Raad vanaf nu bepaalt dat vanaf 1 maart 2016 de ernst van het verzuim zodanig is dat bewijsuitsluiting volgt. Omdat opsporingsambtenaren er tot nu toe er niet op bedacht hoefden te zijn dat een verdachte bijstand dient te hebben tijdens het verhoor en dat zij niet direct bekend mogen worden geacht met de nieuwe regels en de rechtsgevolgen daarvan in de rechtspraktijk, krijgen de opsporingsambtenaren respijt tot 1 maart 2016. 
Maar de Hoge Raad gaat ervan uit (aldus rechtsoverweging 6.3.4) dat met ingang van 1 maart 2016 toepassing zal worden gegeven aan de regel dat een aangehouden verdachte het recht heeft op bijstand van een raadsman tijdens zijn verhoor door de politie. Als het recht van de verdachte op verhoorbijstand dan niet wordt nagekomen, dan zullen de afgelegde verklaringen waarschijnlijk voor bewijs worden uitgesloten. Dit afhankelijk van de omstandigheden.
De verplichting om de advocaat toe te laten bij het verhoor zal organisatorisch en financieel een flinke inspanning gaan vergen voor de minister.

Door: Rob Deuss
Onteigeningsrecht
Bestuursrecht
Deel dit artikel: