Ondernemingsrecht  

Tijd is letterlijk geld: horlogemaker V&D houdt horloges achter. Mag dat zomaar?

Het faillissement van V&D brengt allerlei juridische vraagstukken en verwikkelingen met zich. Zoals wel vaker in geval van faillissement probeert iedere schuldeiser het beste voor zichzelf uit te halen. Zo ook de horlogereparateur HSC van V&D. 
Consumenten met een defect horloge brachten dit naar V&D. Omdat V&D het reparatiewerk niet zelf kon uitvoeren werden de horloges opgestuurd naar HSC. HSC voerde vervolgens het reparatiewerk uit en stuurde de horloges weer terug naar V&D en het reparatiewerk moest door V&D betaald worden. De consument kon het horloge vervolgens bij V&D ophalen en betaalde V&D. Na het faillissement van V&D weigert HSC de horloges echter af te geven omdat zij nog een groot bedrag van V&D dient te ontvangen. De horloges zijn echter geen eigendom van V&D maar van de consument. Hoe werkt dat?

HSC beroept zich in dit geval op een zogenaamd retentierecht. Een retentierecht is een bevoegdheid van een schuldeiser om een zaak niet af te geven zolang zijn vordering (=factuur/declaratie) niet is voldaan. Een schuldeiser, zoals HSC, heeft deze bevoegdheid wanneer:
  • De wet dit aangeeft. De meest bekende wettelijke mogelijkheid is: het algemene opschortingsrecht. Een schuldeiser kan overgaan tot opschorting wanneer hij een opeisbare factuur/declaratie heeft en de factuur/declaratie voldoende samenhangt met de zaak die hij niet wil afstaan. Van 'voldoende samenhang' is, onder andere, sprake wanneer de factuur betrekking heeft op de teruggehouden zaak ofwel sprake is van contracten die partijen regelmatig met elkaar hebben gesloten;
  • De schuldeiser de zaak direct of indirect onder zich heeft (als het horloge weer terug is bezorgd bij V&D eindigt daarmee het retentierecht);
  • Het inroepen van het retentierecht niet in strijd is met de redelijkheid en billijkheid

Horloge geen eigendom van V&D
Het door HSC ingeroepen retentierecht treft in dit geval niet alleen haar contractuele wederpartij V&D, maar ook de consument als eigenaar van het horloge. Die eigenaar staat geheel buiten de afspraken tussen HSC en V&D.
Juridisch wordt de eigenaar van het horloge “een derde met een ouder recht” genoemd. De eigenaar heeft een 'ouder recht' omdat hij al eigenaar was voordat HSC het retentierecht verkreeg: zijn recht is dus ouder. Kan het retentierecht ook tegen zo’n derde worden ingeroepen?


Voorwaarden inroepen retentierecht tegen een derde met een ouder recht
Onder de volgende voorwaarden kan HSC het retentierecht ook inroepen tegen de eigenaar van het horloge:

  • Wanneer V&D in relatie tot de eigenaar bevoegd was het horloge af te geven aan HSC ofwel wanneer HSC geen reden zou hebben om aan die bevoegdheid te twijfelen. In de kwestie V&D is aan die voorwaarde voldaan: de eigenaar wil immers dat het horloge wordt gerepareerd;
  • De factuur/declaratie die reden vormt om de zaak niet af te geven moet betrekking hebben op die specifieke zaak. Het retentierecht is voor de schuldeiser dan ook beperkter ten opzichte van de derde met een ouder recht. In het geval van V&D betekent dit dat HSC het retentierecht tegenover de eigenaar alleen kan inroepen voor de reparatiefactuur die betrekking heeft op het specifieke horloge. Het retentierecht mag dus bijvoorbeeld niet worden ingeroepen tot alle reparatiefacturen ten aanzien van alle horloges zijn betaald. 

Dit betekent dan wel weer dat als de eigenaar vooruit heeft betaald aan V&D hij nog een keer zal moeten betalen aan HSC voor de reparatie van zijn horloge. V&D zal het bedrag immers niet hebben doorbetaald aan HSC en HSC kan dan betaling van haar reparatiefactuur verlangen alvorens zij het horloge afgeeft. 
Uiteindelijk lijkt de kwestie bij V&D praktisch opgelost te worden door de curatoren. Op de website van V&D is te lezen dat de curatoren afspraken hebben gemaakt met HSC over de teruggave van de horloges. Tegen betaling van reparatiefactuur zullen de horloges worden geretourneerd aan de rechtmatige eigenaren. 


Retentierecht voorkomen?   
Bij V&D ging het om horloges maar een retentierecht kan op allerlei zaken worden uitgeoefend: zelfs op onroerende zaken. De vraag is dan ook of een beroep het retentierecht voorkomen kan worden. Dat kan: het beroep op een retentierecht/opschortingsrecht kan contractueel uitgesloten worden. Daarbij wordt dan wel weer opgemerkt dat het de vraag is of zo’n uitsluiting in het geval van V&D een oplossing was geweest voor de consument. Weliswaar had HSC de horloges dan niet onder zich mogen houden ten opzichte van V&D (het retentierecht was immers contractueel uitgesloten). HSC had dan mogelijk wel kunnen stellen dat de consument ongerechtvaardigd verrijkt zou worden wanneer deze het gerepareerde horloge terug zou krijgen zonder daarvoor te betalen. Interessant is dan de vraag of HSC voor de vordering op grond van ongerechtvaardigde verrijking een retentierecht zou kunnen uitoefenen: dat is zeker geen uitgemaakte zaak. 

Door: Kristel Timmermans
Financiering, zekerheden en insolventie
Ondernemingsrecht
Vastgoedrecht
Commerciële contracten
Deel dit artikel: