Financiering, zekerheden en insolventie  

Curator hoeft de ondernemingsraad bij doorstart niet te raadplegen

De ondernemingsraad heeft op bepaalde onderwerpen medezeggenschapsrecht binnen een bedrijf. De vraag is of dit recht ook bestaat bij faillissement van de onderneming.

Op 25 mei maakte de ondernemingskamer (voorlopig) een einde aan deze discussie. Aan de kamer werd voorgelegd of de curator in het kader van het verkopen van (een belangrijk deel van) de activa, de ondernemingsraad om advies moet vragen. Buiten faillissement bestaat die verplichting in ieder geval op grond van de wet op de ondernemingsraden. Als een ondernemer het advies namelijk niet vraagt of de ondernemingsraad (OR) het met een besluit niet eens is kan hij via de Ondernemingskamer proberen het besluit tegen te houden en/of de ondernemer te dwingen een advies alsnog op te volgen. Of een curator ook gebonden is aan die bepalingen is omstreden. De faillissementswet heeft een eigen systeem van toezicht en dwingt de curator in specifieke gevallen steeds toestemming te vragen aan de rechter-commissaris en ook aan deze verantwoording af te leggen.
In het faillissement van DA Retailgroep en Retail Shared Service Centre heeft de curator, na een biedingsprocedure tijdens de surseance, bepaalde bedrijfsonderdelen direct na datum faillissement verkocht. De ondernemingsraad heeft zich daar met hand en tand verzet, maar de discussie uiteindelijk verloren. De Ondernemingskamer is van mening dat een curator, geen advies hoeft te vragen aan de ondernemingsraad wanneer zijn handelingen beperkt blijven tot het vragen van toestemming aan de rechter-commissaris, het uitvoering geven aan het biedingsproces en het daarna verder afwikkelen van de failliete boedels. Dat kan anders zijn als de curator de onderneming gaat voortzetten met het oog op het zoeken van overnamekandidaten.
Naar mijn mening is het goed om de ondernemingsraad als belangenbehartiger van de werknemers mee te nemen in het proces en deze te informeren en tekst en uitleg te geven. Het mechanisme van de faillissementswet en praktijk maken dat het ondoenlijk is om aan de ondernemingsraad een adviesrecht toe te kennen in de zin van de wet op de ondernemingsraden (WOR). Of en zo ja wanneer de curator dat doet hangt af van de feiten en omstandigheden. Mede vanwege de onduidelijkheid over de pre-packregeling en de stille bewindvoerder is tijdig juridisch advies noodzakelijk. Vanzelfsprekend kunnen wij dat bieden.
Door: Balder Lamers
Financiering, zekerheden en insolventie
Ondernemingsrecht
Commerciële contracten
Privacy en ICT
Deel dit artikel: