Financiering, zekerheden en insolventie  

Pre-pack en bescherming van werknemers

Op 22 juli 2017 heeft het Europese Hof van Justitie een belangwekkende uitspraak gedaan over de positie van werknemers bij een pre-pack. Preciezer gezegd: over de positie van werknemers in een situatie, waarin de overgang van een onderneming plaatsvindt na een faillietverklaring in de context van een vóór de faillietverklaring voorbereide en onmiddellijk daarna uitgevoerde pre-pack, in het kader waarvan een door de rechtbank aangestelde ‘beoogd curator’ met name de mogelijkheden onderzoekt van eventuele voortzetting van de activiteiten van die onderneming door een derde en zich voorbereidt op handelingen die onmiddellijk na de faillietververklaring moeten worden verricht, om die voortzetting te verwezenlijken. Kortweg beslist het hof dat de Nederlandse pre-pack niet leidt tot wijziging van de positie van de werknemer.

Uit hoofde van een Europese richtlijn behouden werknemers bij overgang van een 
onderneming dezelfde rechten en verplichtingen. Dit kan ook het geval zijn indien een gedeelte van een onderneming wordt overgedragen. Bij faillissement geldt daarvoor een uitzondering, maar die uitzondering moet volgens het Hof beperkt worden uitgelegd. 
Die uitzondering luidt, dat

1. de vervreemder verwikkeld moet zijn in een faillissementsprocedure of soortgelijke procedure

2. die procedure moet zijn ingeleid met het oog op liquidatie van het vermogen van de vervreemder en

3. onder toezicht moet staan van een bevoegde overheidsinstantie.

 
De voorgelegde zaak betrof Estro Groep BV, een grote kinderopvangorganisatie met circa 380 vestigingen in Nederland en circa 3.600 werknemers. Na een verzoek van deze BV werd op 10 juni 2014 een beoogd curator aangesteld. Op 3 juli 2014 ontvingen alle werknemers een e-mail van deze BV, waarin werd aangegeven dat op 4 juli 2014 het faillissement zou worden aangevraagd. Dat faillissement werd op 5 juli 2014 uitgesproken. Op dezelfde datum werd een pre-pack ondertekend tussen de curator en Smallsteps BV, waarbij Smallsteps circa 250 vestigingen kocht en zich verbond om circa 2.600 werknemers een dienstverband aan te bieden vanaf de datum van het faillissement. Op 7 juli 2017 zijn alle werknemers van Estro Groep BV door de curator ontslagen. Voor circa 1.000 werknemers was dus geen plaats meer binnen Smallsteps. Vier werknemers daarvan eisten toen bij de Nederlandse rechter dat zij van rechtswege in dienst waren gekomen bij Smallsteps. Volgens hen was niet voldaan aan de voormelde drie voorwaarden van de ’faillissements- uitzondering’. De Nederlandse rechter besloot daarop om hierover enkele vragen te stellen aan het Europese Hof.
En het Europese Hof oordeelt nu inderdaad dat aan twee van de drie uitzonderingen niet is voldaan.
Het hof oordeelde dat niet aan voorwaarde 2 (procedure ingeleid met het oog op liquidatie) was voldaan omdat Estro niet liquidatie van de onderneming beoogde. Estro wilde een pre-pack om de overdracht van de onderneming voor te bereiden om na de faillietverklaring een snelle doorstart mogelijk te maken van de levensvatbare onderdelen van de onderneming, om op die manier de onderbreking te vermijden die het gevolg zou zijn van de plotselinge stopzetting van de activiteiten van de onderneming op de datum van de faillietverklaring, zodat de waarde van de onderneming en de werkgelegenheid behouden blijven. 
 
Het hof oordeelde dat ook niet aan voorwaarde 3 was voldaan, omdat de fase van de pre-pack geen enkele grondslag heeft in een wettelijke regeling. Er is geen sprake van uitvoering van de transactie onder toezicht van de rechtbank, maar door de leiding van de onderneming, die de onderhandelingen voert en de besluiten neemt die de verkoop van de onderneming voorbereiden. De beoogd curator en de beoogde rechter-commissaris worden weliswaar op verzoek van de aanvragende onderneming door de rechtbank aangesteld, maar formeel beschikken deze over geen enkele bevoegdheid en dus staan ze niet onder toezicht van een overheidsinstantie. De gevolgde handelwijze kan elk eventueel toezicht van een bevoegde overheidsinstantie grotendeels uithollen.
 
De voorgelegde zaak gaat nu terug naar de Nederlands rechter, die met behulp van deze antwoorden tot een oordeel zal komen over de positie van de vier werknemers.
 
De rechtbank Limburg heeft de afgelopen jaren geen medewerking gegeven aan verzoeken tot pre-packs, omdat een wettelijke basis ontbrak. De meeste rechtbanken hebben aan pre-packs meegewerkt. Deze uitspraak van het Hof kan grote gevolgen hebben voor bedrijven, die op de door het Hof beschreven wijze een doorstart hebben gemaakt. Zijn alle werknemers van de failliet verklaarde onderneming destijds toch van rechtswege overgegaan? Eventuele concrete vragen op dat gebied beantwoord ik graag.
Door: Henk van Wel
Financiering, zekerheden en insolventie
Ondernemingsrecht
Commerciële contracten
Aansprakelijkheidsrecht en verzekeringsrecht
Deel dit artikel: