Familierecht  

Ongehuwde samenwoners… let op!

De Hoge Raad geeft duidelijkheid over vergoedingsrechten bij ongehuwde samenwoners.

Het komt steeds vaker voor dat mensen ongehuwd, zonder geregistreerd partnerschap of samenlevingscontract samenleven. Dit komt niet alleen voor bij de jongere generatie, maar ook bij mensen met samengestelde gezinnen of mensen die op latere leeftijd gaan samenwonen. Gedurende de periode dat partijen samenwonen zullen er vermogensverschuivingen plaatsvinden. Immers het is onvermijdelijk dat in de praktijk het gaan samenleven dit vermogensrechtelijke verhoudingen raakt. Maar wat als het mis gaat?

De Hoge Raad oordeelde dat er geen sprake was van een vergoedingsrecht op basis van de in de wet opgenomen bepalingen over gemeenschapsgoederen (titel 7 van Boek 3 BW). Dit omdat er geen sprake was van een gemeenschap in de zin van deze titel en de woning uitsluitend aan de man toebehoorde. Wanneer de woning op naam van beiden had gestaan, had iedere partner in beginsel het recht op vergoeding door de gemeenschap  ter hoogte van het bedrag dat uit zijn of haar privévermogen in de gemeenschappelijke woning is geïnvesteerd.

Voorts oordeelde de Hoge Raad dat de specifieke bepalingen die voor gehuwden gelden (artikel 1:87 BW) niet van toepassing zijn op ongehuwde samenwoners. Ook niet bij wijze van analogie. Artikel 1:87 BW bepaalt dat gehuwden een vergoedingsrecht hebben indien door de ene echtgenoot is geïnvesteerd in een goed van de andere echtgenoot.

De Hoge Raad oordeelt vervolgens dat aan de hand van het algemeen verbintenissenrecht zal moeten worden beoordeeld of de vrouw ter zake haar investering in de woning een vergoedingsrecht jegens de man geldend kan maken. Volgens de Hoge Raad kunnen er op  verschillende gronden sprake zijn van een vergoedingsrecht:

  • Zo kan een van de informeel samenlevende een beroep doen op een overeenkomst tussen partijen. In  deze overeenkomst moet staan of uit uitdrukkelijke of stilzwijgende afspraken moet blijken, dat is bepaald voor wiens rekening de kosten van hun samenleving of van specifieke uitgaven moeten komen. In deze zaak had de vrouw onvoldoende gesteld om aan te kunnen nemen dat sprake is geweest van dergelijke afspraken;
  • Onverschuldigde betaling;
  • Ongerechtvaardigde verrijking.

Ook met deze laatste twee gronden komt de vrouw in deze niet verder nu er geen sprake was van besparing van kosten aan de zijde van de man, omdat de man niet in staat was de kosten zelf te voldoen en er dus geen aanleiding is om aan te nemen dat de man die kosten anders zelf zou hebben gemaakt. Er rustte op de man bovendien geen verplichting om zijn woning te gaan verbouwen.

Niet in dit geval, want de vrouw heeft verzaakt bijzondere feiten en omstandigheden aan te dragen, maar in overige gevallen is de Hoge Raad van oordeel dat ook als er geen afspraken zijn gemaakt er wel sprake is van een rechtsbetrekking die wordt beheerst door  de eisen van redelijkheid en billijkheid. Immers, ook als ten aanzien van bepaalde uitgaven niet een vergoedingsrecht kan worden aangenomen op grond van een overeenkomst of op grond van een in de wet geregelde rechtsfiguren, dan kunnen bijzondere omstandigheden van het geval ervoor zorgen dat het redelijk en billijk is dat er toch een vergoedingsrecht ontstaat.

Kortom, de Hoge Raad heeft alle grondslagen waarop een vergoedingsrecht tussen ongehuwde samenwoners kan worden gebaseerd, de revue laten passeren. Gelet op deze uitspraak; wees verstandig  en leg voorafgaand aan een besteding van privégelden in een goed van degene waarmee u samenwoont vast hoe omgegaan moet worden met toekomstige vergoedingsrechten. Dat kan in een allesomvattende samenlevingsovereenkomst maar ook in een onderlinge afspraak die goed op papier wordt vastgelegd.

Door: Karin van Hout
Familierecht
Arbeidsrecht
Deel dit artikel: