Bestuursrecht  

Wie draait op voor kosten opruimen drugsafval?

Het is veelvuldig in het nieuws. Een partij vaten met chemicaliën en ander afval die worden aangetroffen in het buitengebied. Het betreft veelal afval dat vrijkomt bij productie van synthetische drugs. De chemicaliën zijn vervuilend voor het milieu, met name de bodem en het grondwater. De kosten om deze zaken te verwijderen zijn aanzienlijk. Inzet van brandweer en gespecialiseerde verwerkers is vereist.

Wie betaalt de kosten van het opruimen als de resultaten van de drugsdumping op particuliere grond worden aangetroffen?

Natuurlijk kan de veroorzaker worden aangesproken, maar deze blijft vaak onbekend. En als deze wordt gevonden, is het nog maar de vraag of deze voldoende verhaal biedt.

In een al wat oudere uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (27-02-2019 ecli:NL:RVS:2019:622) kwam aan de orde dat het College van Burgemeester en Wethouders van gemeente Nuenen, Gerwen en Nederwetten op een creatieve manier de kosten van een spoedopruiming wilde verhalen op de particuliere grondeigenaar.

In een weiland werd een uitgebrande auto met daarin kennelijk drugsafval aangetroffen door gemeentelijke toezichthouders. Later dat jaar vond op hetzelfde perceel wederom een drugs dumping plaats. Het college  ging  op grond van artikel 5:30 lid 2 Awb over tot toepassen bestuursdwang, zonder voorafgaande last, om de aangetroffen zaken direct op te ruimen. In zeer spoedeisende gevallen biedt de wet aan de overheid deze mogelijkheid om met spoed te kunnen optreden. Om de rechtmatigheid van het bestuursdwangbesluit te kunnen toetsen dient de last onder bestuursdwang zo spoedig mogelijk op schrift te worden gesteld.

In het besluit stond vermeld dat kosten van het toepassen van bestuursdwang wegens de aanwezigheid van een uitgebrande auto met drugsafval voor rekening zou worden gebracht van de grondeigenaren. In een later besluit werden de kosten vastgesteld op € 26.309,41.

De grondslagen waarop het college zijn besluit onderbouwde werden door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State verworpen.

Het eerste anker waarvoor het college ging liggen was een overtreding van artikel 1a lid 1 van de Woningwet. Volgens dit artikel moet de eigenaar van (onder andere) een terrein zodanige voorzieningen treffen dat geen gevaar voor veiligheid of gezondheid ontstaat, dan wel deze situatie niet voortduurt. De Raad van State oordeelde dat een weiland geen terrein is in de zin van Woningwet, waarbij aansluiting werd gezocht bij de definitie die gegeven is in het Bouwbesluit 2012: “bij een bouwwerk behorend onbebouwd perceel of een gedeelte daarvan, niet zijnde een erf”. In dit geval was er geen bouwwerk aan te wijzen dat behoorde bij het onbebouwde perceel. Dus is de Woningwet in deze niet van toepassing.

Vervolgens probeerde het College met een beroep op strijdig gebruik in het kader van het bestemmingsplan de kosten te verhalen. Immers, op grond van artikel 2.1 lid 1 aanhef onder c Wabo is het verboden om zonder vergunning grond te gebruiken in strijd met het bestemmingsplan. In deze had het weiland in het bestemmingsplan “Buitengebied” de bestemming “Agrarisch met natuur- en landschappelijke waarden”. Het dumpen van drugsafval mag in strijd worden geacht met de gegeven bestemming. De Raad van State stelt in de zaak vast dat de eigenaren niet wisten van de dumping en dus het perceel niet in strijd met de bestemming hebben kunnen (laten) gebruiken.

Een beroep op overtreding van artikel 1.1a Wet milieubeheer bood het college evenmin soelaas. In het aangehaalde artikel is geregeld dat eenieder voldoende zorg voor het milieu in acht moet nemen en niet door handelen of nalaten schade aan het milieu mag veroorzaken. Omdat de eigenaren niet van de dumping wisten en voor hen niet te voorzien was dat in een later stadium wederom drugsafval op het perceel zou worden gedumpt, werden zij niet aansprakelijk gehouden voor de ontstane schade.

Als laatste verweet het college de eigenaren overtreding van de APV. Volgens de toepasselijke APV is het verboden om in de openlucht en buiten een verzamelplaats voor vuil, afbraakmaterialen en oude metalen te hebben. Dit verbod is geregeld onder de afdeling “Maatregelen tegen ontsiering van het Landschap”. De Raad van State oordeelde dat het aangetroffen drugsafval niet hoort onder de in de APV genoemde afvalstoffen. En tevens is een illegale storting van afvalstoffen door onbekenden op dit perceel niet aan te merken als verzamelplaats van vuil.

De eigenaren zijn gevrijwaard gebleven van het verhaal van kosten.

Maar voorstelbaar is dat de eigenaren wel weten van de dumping, bijvoorbeeld omdat deze al enige tijd geleden heeft plaatsgevonden. Is er dan wel sprake van handelen in strijd met het bestemmingsplan? Of is er strijd met artikel 1a van de Woningwet als drugsafval wordt aangetroffen op een terrein dat wel aan de definitie van de Woningwet voldoet?

 

De praktijk biedt in deze een oplossing.

Particulieren die geconfronteerd werden met een drugsdumping en daardoor financiële schade leden, werden op grond van een financieringsregeling van de rijksoverheid die dateerde uit 2015 voor 50% gecompenseerd. Maatschappelijk is het ongewenst dat drugsafval niet wordt opgeruimd en politiek werd het ook niet aanvaardbaar geacht dat de onschuldige particulier voor (een deel) van de kosten opdraait. Er is een regeling getroffen.

In de brief aan de Tweede Kamer van 5 juni 2020 (Kamerstuk 2019-2020, 29911 nr.277) heeft minister Grapperhaus aangegeven dat, in overleg met de VNG en het IPO (Interprovinciaal overleg), afspraken zijn gemaakt om vanaf 2020 uitvoering te geven aan een regeling om particulieren voor 100% schadeloos te stellen. Zelfs degenen die in 2019 geen volledige vergoeding hebben gekregen, kunnen nog aanspraak maken op de regeling. Op termijn zal één landelijk loket komen voor alle gedupeerden om de schade te melden.  Door de provincies is voorgesteld om de uitvoering centraal te regelen bij het loket van BIJ12 (BIJ12 voert voor provincies onder andere de tegemoetkomingsregeling uit voor landbouwschade als gevolg van in het wild levende dieren, zoals de wolf). Voorlopig kunnen gedupeerden evenwel terecht bij provincie Noord-Brabant. Vanaf juni 2020 zal deze provincie de behandeling en afhandeling van de subsidieverzoeken op zich nemen. Alleen de inwoners van Gelderland moeten bij hun eigen provincie aankloppen.

Gezien het vorenstaande is het zaak om bij het ontdekken van een drugsdumping direct de autoriteiten in kennis te stellen, om een aansprakelijkstelling te voorkomen. Tevens is het verstandig om schade die wordt geleden in een vroeg stadium professioneel te laten vaststellen, zodat bij de daartoe aangewezen instantie subsidie kan worden gevraagd voor vergoeding van de schade.

Door: Rob Deuss
Onteigeningsrecht
Bestuursrecht
Deel dit artikel: